Coronatijd in Mozambique

Alweer ruim een jaar geleden ontmoette ik hen voor het eerst tijdens onze reis voor het Diaconaal Project naar Mozambique: Julia, Donociano, Maria en Joshua. Jongeren die vol passie en vuur hun leven en geloof proberen te delen met anderen. Hoe zou het met hen gaan tijdens de coronacrisis die geen land overslaat?

Wanneer we contact zoeken met Agosthino, de projectleider van Chiyembekezo, is hij allereerst enorm dankbaar. ‘We voelen ons gezegend dat er nog maar weinig coronagevallen zijn gesignaleerd in Mozambique. Zeker als je kijkt naar buurland Zuid-Afrika, waar het coronavirus enorm veel slachtoffers maakt. De meeste dorpen in ons land zijn tot nu toe gespaard gebleven.’ Het land heeft zo’n 1500 geregistreerde gevallen van corona en er zijn op dit moment elf mensen aan het virus overleden.

Maar dan vervolgt Agosthino zijn verhaal: ‘De lockdown daarentegen is een ramp voor Mozambique. Alle scholen zijn dicht. De kerken mogen niet meer samenkomen. Mensen zijn op zichzelf aangewezen. Door de strenge maatregelen mag de oogst niet meer verkocht worden op de markt. Hun bron van inkomsten is hierdoor volkomen opgedroogd. Veel mensen hebben een klein stukje land waarop ze één bepaald gewas verbouwen. Aan de rest van hun voeding komen ze normaal gesproken door te verkopen en kopen op de markt. Hierdoor ontstaat een enorme voedseleenzijdigheid.’

Het bezoekwerk gaat door. Deze foto is gemaakt tijdens een bezoek in de zomer van 2019.

Ik moet denken aan Tokozani, de tolk tijdens onze reis. Hij is leraar Engels, maar omdat de scholen dicht zijn ontvangt hij geen geld. Het kleine beetje loon om zijn gezin te onderhouden moet hij nu ook missen. Kon hij vorig jaar zijn medicijnen van 70 meticais (€1,-) al niet betalen, hoe moet hij nu dan zijn huur betalen? En dan hebben we het nog niets eens overal die mensen in de afgelegen dorpen die we ontmoet hebben. Agosthino vertelt ons dat het werk van Chiyembekezo in de dorpen gelukkig wel door kan gaan. Sterker nog, tijdens deze coronacrisis heeft de regering de kerk een speciale status gegeven, waardoor de hulpverleners van de kerk namens de overheid betrokken worden bij de voorlichting en training over onder andere goede hygiëne. ‘Het is zo bijzonder dat ons bezoekwerk in de dorpen door kan gaan. Met de coronasteun van de GZB hebben we speciale pakketten kunnen samenstellen met emmers en zeep, maar ook voedselsteun. In de dorpen maken we geen onderscheid tussen mensen. Iedereen krijgt hulp, of ze nu wel of geen gemeentelid zijn. Dat is de bijbelse opdracht: omzien naar onze naasten. We merken dat we hierdoor enorm van betekenis kunnen zijn en iets van Gods zorg voor mensen kunnen doorgeven. Dat maakt ons dankbaar!’

Tegelijk maakt Agosthino zich zorgen om de jongeren. Normaalgesproken ontmoeten zij elkaar een of twee keer per week bij de kerkdienst of de bijbelstudiegroepen. Door de lockdown kan ook dat niet meer. Er is nauwelijks onderling contact. De meesten hebben geen mobiel, of geen geld voor internetdata. Ze hebben maar weinig om handen nu de scholen dicht zijn. Er dreigt een grote achterstand in onderwijs te ontstaan. Maar het grootste gemis vinden jongeren dat ze niet meer samen Bijbel kunnen lezen. Slechts twee of drie mensen op een groep van dertig hebben een Bijbel. Dus dan moet je maar net geluk hebben dat iemand in jouw omgeving een Bijbel heeft. Agosthino: ‘Ons verlangen is om met onze organisatie zoveel mogelijk jongeren een Bijbel te geven. Dat verlangen is in de afgelopen periode alleen nog maar gegroeid. Op die manier kunnen we deze nieuwe generatie blijven ondersteunen in het groeien in geloof. Het geeft mij hoop dat er in Nederland mensen zijn die dit verlangen met ons delen. Zonder hun hulp kunnen we dit niet en maak ik mij grote zorgen over de jongeren van onze gemeenten.’ Ondanks zijn zorgen kan Agosthino het niet nalaten om aan het eind van ons gesprek te blijven benadrukken dat hij dankbaar is voor alles wat God geeft in deze moeilijke tijd. ‘Gods werk gaat door!’

‘Zonder moed bereik je niets!’

Tijdens onze reis voor het Diaconaal project van de HGJB ontmoette ik Lucy, 18 jaar. Ze is wat verlegen. Haast aarzelend geeft ze antwoord op mijn vragen. Maar opeens verandert het verlegen meisje in een zelfbewuste jonge vrouw, als ze vertelt hoe het is om in Mozambique op te groeien. Het leven is niet makkelijk als jongere in Mozambique. Toch gelooft Lucy dat zij als jongere het verschil kan maken. Daar is moed voor nodig. ‘Want’, zegt Lucy, ‘zonder moed bereik je niets.’


Eerlijk is eerlijk: Lucy heeft het nog behoorlijk getroffen. Weliswaar heeft ook zij geen stromend water en geen elektriciteit en moet ze douchen met een emmer water, opgewarmd op een vuurtje. Elke dag eet ze maïspap, dus
er is weinig variatie en ze krijgt weinig vitamines binnen. Maar Lucy heeft het geluk dat ze naar school kan, wat voor veel andere kinderen niet is weggelegd omdat hun ouders het schoolgeld niet kunnen betalen. Acht
euro: voor ons is het niets, voor hen is het een kapitaal. Daarom gaan de meeste kinderen slechts een paar jaar naar de basisschool, waar ze een beetje leren lezen en schrijven. Maar Lucy kan verder kijken en heeft zelfs
het plan om naar de universiteit te gaan. Een droom waar ze al lang naar uitkijkt.

Een talent


Als kind kreeg Lucy een droom, waarin God haar duidelijk maakte dat Hij haar het talent heeft gegeven om voor anderen te zorgen. Terwijl ze erover vertelt, beginnen haar ogen te stralen. ‘Ik wil het talent dat God mij heeft
gegeven echt gebruiken. Daarom wil ik graag een medische studie doen, zodat ik verpleegkundige kan worden. God heeft zoveel voor mij gedaan! Ik wil en kan daarom niet anders. Regelmatig bid ik of God me wil helpen goed te doen en oog te hebben voor de mensen om mij heen.’
Ook nu al gaat ze het liefst op bezoek bij mensen in het ziekenhuis. Ze haalt water voor de patiënten of maakt wat eten voor hen klaar. Niet iedereen in haar omgeving vond dat zo’n goed plan. Haar vader heeft lang geprobeerd haar te ontmoedigen: ‘Wat moet je toch tussen al die mensen met wonden en bloed?’, verzuchtte hij dan. Inmiddels is ook hij ervan overtuigd dat God een plan heeft met het leven van zijn dochter en is hij hard op zoek naar een plek waar ze tijdens haar studie kan wonen. De universiteit is in Tête, zo’n 400 km van hun woonplaats. Het is voor het hele gezin een grote stap.

Niet makkelijk

Het leven als christen is in Mozambique niet makkelijk. Dit land is één van de weinige landen in Afrika waar christenen een minderheid vormen. Jarenlang zijn ze onderdrukt en vonden kerkdiensten in het diepste geheim plaats. Lucy merkt dit in het contact met haar leeftijdsgenoten. Ze vragen haar waarom ze zo actief is voor de kerk en vinden het raar dat ze nog steeds niet getrouwd is. Veel van hen trouwen voor hun achttiende jaar. Ze hopen op een beter leven of worden door hun ouders uitgehuwelijkt voor een mooie bruidsschat.

De kerk heeft Lucy andere waarden geleerd: liefde, trouw en naastenliefde. Haar vrienden begrijpen niet dat Lucy verder wil studeren voor verpleegkundige. ‘Er zijn mannen die je nodig hebben en een vrouw hoort niet te studeren’, is hun overtuiging.

Wees sterk

Toch is Lucy standvastig. Maar dat lukt haar niet alleen. Gelukkig is ze betrokken bij de jeugdgroep van de kerk. Ze geniet enorm van de bijbellessen, waarin ze nieuwe dingen uit de Bijbel leert. Zelf heeft ze geen Bijbel, dus probeert ze zo goed mogelijk alles te onthouden. Regelmatig gaan ze met de jeugdgroep op bezoek bij andere jongeren die het moeilijk hebben of al even niet in de kerk zijn geweest. Ook zieken en weduwen worden bezocht. Ze bemoedigen hen met woorden uit de Bijbel. Lucy vindt het geweldig om zo samen in gesprek te zijn over het geloof, maar ook om praktische hulp te kunnen bieden. Het bemoedigt haar en helpt haar om vol te houden. Als ik haar vraag welk advies ze zou willen geven aan christenen in Nederland, valt ze even stil. Dan zegt ze: ‘Jullie moeten sterk zijn! Als christen kan er veel op je af komen, maar blijf bidden. Zoek toegewijd met hart en ziel het goede voor mensen om je heen. En doe het met moed. Want zonder moed bereik je niets!’

‘Het is belangrijk oog te hebben voor je omgeving…’

Dit is Daniël

Wanneer de reizigers aankomen staat Daniël al een tijdje te wachten. Hij woont een eindje verderop, maar is lopend naar dit dorpje gekomen om zijn verhaal te delen. Terwijl de reizigers met hem in gesprek gaan, valt het hen op dat er op een afstandje verschillende vrouwen en kleine kinderen aan het meeluisteren zijn. Daniël is 25 jaar en vrijgezel. Samen met zijn vader, moeder en vier broers en zussen woont hij in een huisje. Hij gaat nu niet meer naar school, maar toen hij jonger was, heeft hij op school leren lezen en schrijven. Zijn dagen vinden zich voornamelijk plaats op het land. Daar probeert hij de groente die hij oogst te verkopen. Daarnaast helpt hij zijn ouders in en rondom het huis.

Bezoekjes en bedankjes

De jeugdgroep is voor hem erg belangrijk. Dat is de plek waar hij zijn vrienden ontmoet. Ze bemoedigen elkaar en lezen samen uit de Bijbel. Regelmatig gaan ze ook op bezoek bij ouderen of mensen die het moeilijk hebben. ‘Het is belangrijk oog te hebben voor je omgeving. Dan ontdek je bijna vanzelf mensen die iets nodig hebben!’ Tijdens deze bezoekjes proberen ze de ander vooral iets te geven door middel van een Bijbelvers, gebed, lied of door een beetje te eten. Zelf ontvangen ze ook iets terug. ‘De bedankjes en blije gezichten zijn meer dan genoeg om ermee door te gaan.’

De vrucht van de Geest…

Daniël zijn favoriete Bijbeltekst is Galaten 5:22, de vrucht van de Geest. ‘Deze tekst bemoedigt mij om altijd in relatie met God te blijven staan en inspireert mij hoe ik met mensen om mij heen om kan gaan.’ Regelmatig wordt Daniël door andere jongeren aangesproken over zijn geloof. Ze vinden dat het tijdsverspilling is om naar de kerk te gaan. Maar, voor Daniël is de jeugdgroep juist zijn houvast. De ontmoetingen bemoedigen hem en het helpt hem om stevig in zijn geloof te blijven staan.

Terugblik reis

Blije gezichten, kleurrijke rokken, vrolijke liederen, jongeren die twee uur lopen om bij de ontmoeting te zijn, eerlijke gesprekken, bijbelstudie over taalgrenzen heen, herkenning over en weer. Maar ook armoede, gebrek aan perspectief bij jongeren, één bijbel per jeugdgroep. Zomaar wat steekwoorden om onze eerste ervaringen van de reis naar Mozambique weer te geven.

Van 27 juni 2019 tot 9 juli 2019 waren we op bezoek bij Chiyembekezo, een organisatie van de protestantse kerk in Mozambique. In die kleine twee weken hebben we vele dorpen, kerken en met name jeugdgroepen bezocht en met hen gesproken over hun leven. Ook voor jongeren daar is het leven als christen niet altijd makkelijk. De kerk is voor velen niet in de buurt. Ze moeten er een paar uur voor lopen (omdat ze nu eenmaal geen ander vervoersmiddel hebben). Daarnaast worden ze door andere jongeren bevraagd wat ze toch te zoeken hebben bij de kerk: ‘Wat levert de kerk je nu op!’ Of worden ze uitgedaagd om mee te doen met drinken of drugsgebruik om zo de dagelijkse ellende wat te vergeten. Toch geven deze jongeren niet op. Juist hun geloof en de kerk geeft hen perspectief in het leven. Inderdaad, ze kunnen vaak niet naar school, omdat hun ouders simpelweg het schoolgeld niet kunnen betalen. Of omdat ze lange dagen maken op het land of de markt om hun bijdrage te leveren aan onderhoud van hun familie. Maar de ontmoeting met andere jongeren die geloven geeft hen houvast en vreugde. Ze maken samen muziek, doen bijbelstudie en gaan, heel bijzonder, op bezoek bij mensen die ziek zijn of eenzaam.

Misschien heeft dat ons wel het meeste geraakt. Dat jongeren die zelf nauwelijks genoeg hebben om rond te komen, hun tijd geven om op bezoek te gaan bij anderen. Samen bidden, Bijbellezen en praktische hulp bieden, om er zo voor de ander te kunnen zijn. Op onze vraag wat hen dreef om dit te doen, keken ze ons wat verbaasd aan. “Dat is toch helder. Dat is onderdeel van geloven, dat vraagt God van ons!”

Zo hopen we de komende maanden veel meer verhalen te gaan delen van onze ontmoetingen met deze christenen in Mozambique. Samen met jongeren in Nederland voor hen in actie te komen. En eens in de spiegel van Mozambique te kijken. Wat doen wij voor de mensen om ons heen? Of zoals Sevalina zei: ‘We zijn jong, maar niet te jong! Doe wat je kunt!’