‘Ik heb een droom’

Onze ontmoeting met Agosthino begint bijna twee uur later. We stappen de auto in en rijden een rondje door Vila Ulóngue. Hij vertelt ons meer over de huizen, neemt ons mee in verschillende winkels in en leidt ons op de markt langs verschillende kraampjes. We sluiten af met een maaltijd en raken aan de praat over zijn droom.

‘Ze krijgen toch wel hulp’

‘Ik maak me zorgen over de cultuur, waarin men zich zo afhankelijk opstelt,’ vertelt Agosthino. ‘Mensen vinden het niet nodig om voor zichzelf genoeg te verdienen en tonen geen initiatief. Ze weten dat er uiteindelijk toch wel hulp komt.

Neem bijvoorbeeld muskietennetten. Op de markt kun je deze netten nergens vinden. Niemand zou de muskietennetten kopen, omdat ze gratis in de noodhulppakketten zitten.

Ook maak ik me zorgen over de jeugd. Veel jongeren stoppen met school, omdat er geen geld meer is. Ze hebben dan nog weinig geleerd en wachten tot ze ooit een baan vinden bij een groot bedrijf, de overheid of een NGO. Hierdoor hebben ze veel vrije tijd en ze doen dan niets. Enkel wat heen en weer lopen op straat. Zo raken ze snel op het verkeerde pad.’

‘Ik wil hen een vak leren’

‘Maar ik heb een droom. Ik wil deze jongeren een vak leren en hen bezig houden. Er zijn zoveel grondstoffen voor het oprapen, bijvoorbeeld bamboe. Alleen weet niemand hoe je er iets van kunt maken. Dus worden meubels uit Malawi gehaald, waar men wel deze kennis en kunde heeft.

Mijn droom is om jongeren te leren hoe ze dit kunnen doen. Van het allereerste proces van de grondstoffen zoeken, tot iets maken en het verkopen. Zo ontwikkelen niet alleen de jongeren, maar ontwikkelt ons hele land!’